Naast het reguliere programma op school draagt
ook beeldende vorming bij aan de persoonlijke ontwikkeling van
een kind. Kinderen leren creatief en actief denken. In dit proces,
met kunst als interactief middel, leren kinderen zich open te
stellen voor anderen en zichzelf. Kinderen worden op een speelse
manier geprikkeld en uitgedaagd tot het herkennen en durven
uitdragen van een visie.
Zien (receptief) Een activiteit of
activiteitenserie begint bij Noordje meestal met het kijken naar
beelden aan de hand van een thema. Hiervoor worden 'onbekende
beelden' gebruikt zodat de leerlingen uitgedaagd worden hun
creativiteit en fantasie te gebruiken.De leerlingen leren dat kunst
niet goed of fout is en ze leren een eigen standpunt in te
nemen.
Doen (actief) Nadat de
leerlingen een kijkje in de belevingswereld van kunstenaars hebben
gehad, is het tijd om zelf aan de slag te gaan tijdens een workshop
die aansluit op datgene wat de kinderen hebben gezien. Doordat ze
gezien hebben dat er van alles mogelijk is in de kunst en met welke
materialen je kunt werken, durven kinderen ook meer van zichzelf te
laten zien.
Laten zien (reflectief) Belangrijk is dat er
veel aandacht geschonken aan het laten zien van datgene wat je
gemaakt hebt! Hierdoor leer je ook naar elkaar te kijken en op je
eigen werk en elkaars werk te reageren.
De volgorde van Zien, Doen, en Laten Zien staat niet vast.
Belangrijk is dat leerlingen bepaalde creatieve vermogens bij
zichzelf ontdekken, gestimuleerd worden om over kunst na te denken,
kunst te maken en door middel van exposities trots op zichzelf te
zijn. Het goede gevoel van de kinderen over hun eigen werk zullen
ze verder dragen, doordat de leerlingen zelf kunst maken die
tentoongesteld wordt.